Nieuwe bijdragen tot de geschiedenis van Sint-Pieters-Rode

Deel 1.1
De heerlijkheid van Rode

Het feit dat in de geschiedschrijving van Sint-Pieters-Rode het onderscheid van domeinen en rechten niet werd gemaakt was wellicht de aanleiding tot het hopeloos en onontwarbaar dooreenlopen van vele namen, hoewel in het verleden enkele historici het bestaan van twee, drie of meer heerlijkheden vermoedden.

Een eerste spoor der tijdelijke heren van Rode, kortweg, vinden we in 1151, wanneer Rutger van Linden, heer van Rode, de tienden waarop hij recht had te Rode en Houwaart, en het halve patronaatsrecht over de kerk van Rode, wegschenkt, mits goedkeuring van Godfried, Hertog van Lotharingen, aan de Abdij der Premonstratensen te Park-Leuven.

Het domein zelf bleef hij bezitten. Tussen deze eerste datum 1151 en de volgende moeten er, volgens de archiefstukken, twee opvolgers geweest zijn die achtereenvolgens het domein beheerden: de eerste is onbekend, waarschijnlijk was het de zoon van Rutger van Linden, Iwan, die samen met hen geciteerd staat in de schenkingsakte van 1151.

Wel vinden we in het cartularium van Gemp (de Troostembergh- Catulariuni Gemp), in 1286 een akte waarin een zekere Henri de Linden, wonende te Nieuwrode, aan het klooster van Gemp, 3½ bunders bos schenkt die hij hield van Simon Rummelairt uit Kortrijk-Dutsel en Sebastiaan de Crewinckele van Lubbeek. In 1289 wordt in hetzelfde cartularium deze Henricus de Linden benoemd als beheerder der Gempse goederen te Nieuwrode en "Famulus", dienaar, van Gemp. Het is niet onwaarschijnlijk dat deze vermogende en invloedrijke mannen verwant waren met onze Rutger de Linden. Indien dit zo is, dan blijkt wel dat omstreeks de datum der schenkingsakte aan ‘t Park deze familie de Linden naar Nieuwrode is uitgeweken ten voordele van de familie Molenbeke. Het Parks archief versterkt deze veronderstelling, daar reeds in 1285 het domein van Rode verkocht werd aan de Abdij van ‘t Park door de familie de Molenbeke.

Trouwens, de familie de Linden moet met Sint-Pieters-Rode nog wel wat te maken hebben gehad in 1250 treedt Simon de Linden, Ridder, samen met Remboldus de Thunen, op als getuige voor Goswin de Rode bij de bevestiging der schenking aan ‘t Park van een weide, Vredebroeck genaamd, gelegen bij de huidige Blauwe Molen, toentertijd parochie Sint-Pieters-Rode, nu deels Nieuwrode deels Kortrijk-Dutsel.

Na Iwan de Linden wordt heer van Rode Johannes de Molenbeke. Van hem weten we niet in welk jaar hij in het bezit kwam van het Rodense domein, noch de datum waarop hij stierf.

Nu kunnen we ongetwijfeld zijn familienaam - die een verwijzing inhoudt naar zijn plaats van oorsprong - in verband brengen met de Molenbeek, t.t.z. de Winge. Johannes de Molenbeke moet een niet onaanzienlijk heerschap geweest zijn wiens ouders dus in de streek gevestigd waren. De naam zelf, Molenbeek, verwijst reeds naar het bestaan, toentertijd, van een molen of molens op de Winge.

Een molen bestond inderdaad te Cleerbeek (Broechem) (Cat. Gemp ± 1300) wat aan een zeer bevoegd kenner der plaatselijke historie, Mr. Scheys, toelaat te veronderstellen dat Joh. de Molenbeke van daar moet afkomstig zijn.

De vraag dringt zich op hoelang reeds de familie de Molenbeke in het bezit was van de heerlijkheid van Rode, en of deze de Molenbeke verwant was met de de Molenbeke, geciteerd door Divaeus in de 14 de eeuw, als invloedrijk medespeler in de Leuvense stadsgeschiedenis.

Wat er ook van zij, de zonen van Johannes de Molenbeke, Johannes en Hendrik, verkopen in 1285 hun heerlijkheid aan de Abdij van ‘t Park, met alle goederen en rechten. Uit een geding van 1832 tussen ‘t Park en de graaf van Hautreppe weten we wat die rechten in feite betekenden

  • Middelste jurisdictie

  • Laathof (lage jurisdictie)

  • Cijnsboek (recht om belasting te innen op bepaalde gronden binnen de heerlijkheid)

Zo kwam dus na 1285 een groot deel van Sint-Pieters-Rode, voornamelijk het Noordwestelijk deel naar Kortrijk-Dutsel toe, onder de tijdelijke en geestelijke zeggingsschap van de in macht groeiende Leuvense abdij, tot in 1666, jaar waarin de Abt van ‘t Park de heerlijkheid op zijn beurt van de hand deed aan de Leuvense familie van den Tymple.

Na de inbezitname in 1285 nam ‘t Park dus eveneens de rechten over: in 1293 werd een cijnsboek geschreven waaruit de plichten der laten blijken. Er wordt tekstueel aan toegevoegd dat deze plichten van oude reeds bestonden. Zo kennen we o.a. het tarief dat de horigen moesten betalen ingeval van huwelijk of aanwerving of verkoop van goederen. De huwelijksbelasting bedroeg zoveel als er jaarlijks aan cijns moest betaald worden. In geval van verkoop van eigendom dienden twee solidi, ingeval van aanwerving de volle jaarlijkse cijns betaald te worden. (Nationaal archief nr 9458 Heerlijke cijnsboek van ‘t Park 1880)

In 1301 had de Abdij deze heerlijkheid nog verrijkt door het aankopen, ten behoeve van de Rodense priestergemeenschap, van gemene gronden, eigendom van de Hertog van Brabant, en gelegen op de Biest (grens Nieuwrode- Sint-Pieters-Rode- Kapotstraat), Bruul en Berg (gedeeltelijk huidig grondgebied Kortrijk-Dutsel) Deze heerlijkheid omvatte, toen ze in 1666 verkocht werd, 20 cijnsplichtige hoeven te Sint-Pieters-Rode, waarvan 4 broodhoeven, 5 cijnsplichtige hoeven te Nieuwrode en 3 te Motbroek.

Onder Rode
Smissehoeve, Nieuwrotsehoeve, Beeckhoeve, Hergerechtshoeve, Raetshoeve, Maenaertshoeve, Niemantshoeve, Coeshoeve, Hageboshoeve, Goliehoeve, Eeckterhoeve, Husselshoeve, Finsenshoeve, Molenhoeve, Spechthoeve, Cromshoeve.
De broodhoeven Couterhoeve, Wennelshoeve, Sint Petershoeve, Monnikdrieshoeve.

Onder Nieuwrode
Hollandershoeve, Delvenaershoeve, Werfshoeve, Keyaertshoeve, Cluyshoeve.

Onder Motbroek
De Walsenhoeve, de Heyweggehoeve, Heiligezoonshoeve.

Deze hoeven waren allodiaal goed op uitzondering van de Spechthoeve die een volle leen was van de Heer van Winge.

Voor 20.520 gulden wordt dit cijnsboek door abt Libert de Paepe aan de Graaf van Hautreppe verkocht, mits een jaarlijkse rente van 1000 gulden (l.r.st, p. 357)

Voor de Middelste jurisdictie werd de verkoopprijs op 1.000 pattagons vastgesteld, ook was het pontgeld en de titel in de verkoop begrepen.

Tot daar de geschiedenis van de eerste heerlijkheid Rode, die in 1666 bij de tweede Heerlijkheid, die van Horst, gevoegd werd.

De eigendomsverschuivingen kunnen we schematisch als volgt voorstellen

  • Rutger de Linden 1151

  • Iwan de Linden

  • Johannes de Molenbeke

  • Johannes en Henricus de Molenbeke 1285

  • Abdij van ‘t Park

  • Graaf van Hautreppe 1666
Home Inleiding Zoek Uw naam op in de grootste databank van het Hageland Welke gegevens hebben wij? Sint-Pieters-Rode Welke boeken hebben wij? Enkele volkstellingen uit het Hageland Nuttige links Contact