Nieuwe bijdragen tot de geschiedenis van Sint-Pieters-Rode

Deel 1
De Heerlijkheden van Sint-Pieters-Rode

Om inzicht te krijgen in de toestand te Sint-Pieters-Rode in de Middeleeuwen en moderne tijden tot voor de Franse revolutie, is het van belang dat we ons een beeld vormen van de feodale structuur van bezit en maatschappij. Deze structuur was in verre tijden gans anders dan ze nu is. Men kon grond bezitten op verschillende manieren, en die manieren waren bepalend voor de sociale verplichtingen en status van de bezitter. Niet alleen grond, naar ook rechten waren het voorwerp van eigendomstitels. Deze twee, grond en rechten, waren de basiselementen van de Middeleeuwse heerlijkheid.

We mogen ons het Sint-Pieters-Rode van honderden jaren terug niet voorstellen zoals het nu is: een welbepaalde eenheid. Integendeel, het dorp was onderverdeeld in welbepaalde domeinen die op zichzelf een eenheid vormden. Daarnaast bestond het dorp als eenheid. Er waren te Rode m.a.w. verschillende heerlijkheden of domeinen Rode, Horst, Schubbeek, Tunen, Cleerbeek, Broechem. Het zal pas in de 18de eeuw zijn dat deze meerdere heerlijkheden ten dele zullen samengevoegd worden.

Hoe groeiden nu deze heerlijkheden geleidelijk aan tot wat ze waren? In grote lijnen verliep deze ontwikkeling als volgt: na verovering van het land hadden de graven - de hertogen later - nagenoeg alle grondbezittingen ingepalmd. Zover als onze kennis reikt (1140, 1151) viel Sint-Pieters-Rode onder het gezag van de Hertog van Lotharingen en Brabant.

Dat grondbezit gaf hij

  • Ofwel in volle eigendom (allodiale grond) aan verdienstelijke mensen.

  • Ofwel gaf hij deze gronden niet in eigendom, maar in leen aan mannen die dan het vruchtgebruik hadden (leenmannen) Deze leenmannen kregen dit leen mits aan bepaalde verplichtingen te voldoen tegenover hun leenheer. Zij waren aan de dienst van de leenheer verbonden, oorspronkelijk bv. door krijgsmanschap of dienstmanschap. Zij moesten de heer verdedigen. Later verwaterde dit principe tot een louter negatief geen schade doen.

  • Ofwel gaf de oorspronkelijke adellijke bezitter de grond in eigendom en vruchtgebruik, op voorwaarde dat een bepaalde vergoeding daarvoor betaald werd: de jaarlijkse cijns. Dit was te Rode het geval voor nagenoeg alle gronden.

  • Naast deze grondrechten had de hoge adel ook andere rechten tot zich getrokken bv. visrecht op de beken, het waranderecht of jachtrecht, het molenrecht (recht om een molen op te richten en anderen te verplichten alleen in die molen te laten malen), ovenrecht, rechtspraak, tiendenrecht enz. Het ligt voor de hand dat de heren deze rechten hartstochtelijk verdedigden: de tienden, confiscaties, boeten, successierechten moesten hun altijd lege geldkist spijzen.

De heerlijkheden van Rode bestonden uit een samenbundeling van deze verschillende bezitsvormen, namelijk uit

  1. cijnsplichtige gronden

  2. allodiale gronden

  3. leengoederen van verschillende heren

  4. allerlei rechten.

Ter gelegener tijd komen we deze vormen tegen in Sint-Pieters-Rode. Vermits de heerlijkheden voornamelijk gevormd werden door cijnsplichtige gronden, bezat elke heerlijkheid een cijnsboek, of register waarin werd opgeschreven hoeveel de onder de heerlijkheid liggende eigenaars aan cijns of belasting moesten betalen. Zo hebben we nog enkele cijnsboeken van Horst en van Rode. Die cijns werd jaarlijks geïnd door een cijnsmeester, gewoonlijk een lid van het laathof of latenbof. Want we mogen niet vergeten dat de heer niet alleen regeerde. Binnen zijn heerlijkheid werden de zaken geregeld door een laathof, of een soort rechtbank die alleen bevoegd was voor de horigen van de heerlijkheid: er was een laathof op Horst, Cleerbeek en onder Rode. Men vertrok van het principe dat iemand moest berechtigd worden door zijn gelijke en niet door verschillende standen. Zo zien we dus dat, hoewel van één dorp, er inwoners van Sint-Pieters-Rode konden vallen in een ander rechtsgebied, althans voor burgerlijke zaken (aankoop, verkoop, successie, huwelijk, enz.)

Dit was niet zo voor criminele zaken, daarover had alleen de heer van Horst de rechtspraak, maar hij liet zijn gerechtshof dan samenstellen, zoals blijkt uit een overeenkomst van 1632, uit leden van de verschillende laathoven van Sint-Pieters-Rode.

Trouwens, voor loutere gemeentelijke aangelegenheden was ook een oplossing gevonden in die zin: het gemeentebestuur, of beter gezegd de schepenbank, was samengesteld uit leden van de laathoven van Rode en van Horst, waarschijnlijk uit deze twee laathoven omdat Cleerbeek en Schubbeek ten dele op een andere gemeente lagen, respectievelijk Houwaart en Lubbeek.

Nu we in grote lijnen de structuren van het feodale bezit en recht hebben getekend, hopen we enig inzicht te mogen geven in de heerlijkheden zelf

Home Inleiding Zoek Uw naam op in de grootste databank van het Hageland Welke gegevens hebben wij? Sint-Pieters-Rode Welke boeken hebben wij? Enkele volkstellingen uit het Hageland Nuttige links Contact